Architectuur

Immanuelkerk

De Immanuelkerk aan de Schoemakerstraat te Delft is een kerk uit de Wederopbouw periode. De kerk is in 1958 ontworpen door Frits Eschauzier. Deze architect had veel aandacht voor het interieur en de wensen van de kerkganger.

Architect Frits Eschauzier Sr.

Eschauzier was professor ‘buitengewoon decoratieve kunsten’ aan de toenmalige Technische Hogeschool in Delft en vanaf de jaren dertig één van Nederlands meest gerespecteerde architecten. Eschauzier is bekend geworden door de woon- en landhuizen die hij aan het begin van zijn carrière ontwierp. Later groeide professor Eschauzier uit tot de voornaamste museumarchitect. Zo verbouwde hij onder andere in Amsterdam het Stedelijk Museum en het Rijksmuseum.

Bouwstijl

Eschauzier sr. trok zich weinig aan van gangbare bouwstijlen. Veel van zijn werk doet denken aan een mengeling van zijn landhuisstijl en de traditionalistische stroming ‘Delftse school’, een bouwstijl die kort gezegd hield van baksteen, soberheid en eenvoud. De Immanuelkerk kan in het licht van deze stijl goed begrepen worden, hoewel de kerk minder monumentaal is, maar juist veel moderner, dan men van een Delftse School-kerk zou verwachten.

Visie Eschauzier

Eschauzier vond het belangrijk dat het gebouw zo goed mogelijk ruimte bood aan de kerkgangers, het ging hem niet alleen om het uiterlijk van de kerk. Volgens hem moet een ruimte zodanig worden vormgegeven dat de gebruiker zich er niet van bewust is; de ruimte moet natuurlijk aanvoelen, moet klóppen.

Het eerste ontwerp

Afbeelding. 1. Het eerste ontwerp voor de Immanuelkerk, 1958.

Het eerste ontwerp werd in 1958 gepresenteerd (afb. 1). De wijk Wippolder waarin de Immanuelkerk ligt, was ten tijde van het ontwerp nog in aanbouw. Eschauzier ging er vanuit dat de kerk volkomen vrij zou liggen en ontwierp een lage, achthoekige kerkzaal. Deze ruimte had geen vensters in de muren, om de kerkgangers beschutting te bieden en zou een groot daklicht krijgen. Naast de eredienstruimte lag een hele rij zaaltjes, die een binnenplein omsloten.

Aangepast ontwerp

Al voor de presentatie van deze tekeningen overleed Eschauzier. Zijn bureau werd voortgezet door Frits jr. Hij werkte verder aan het ontwerp voor de kerk. Daarbij moest hij rekening houden met:

  • De veranderde opbouw van de wijk Wippolder. De kerk komt aan een bouwblok vast te zitten, in plaats van een vrije ligging.
  • Bovendien stuurt de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk als opdrachtgever aan op een flinke vergroting van het volume van de kerk.

Mogelijk groeide de gemeente hard. Ook kan het te maken hebben met het overheidsbeleid met betrekking tot kerkenbouw.

Kerken in de wederopbouw

Afbeelding. 2. Indeling Immanuelkerk zoals opgeleverd in februari 1960.
Afbeelding. 3. Immanuelkerk na de oplevering.

In de wederopbouw van Nederland na de oorlog worden kerken erg belangrijk geacht, mede vanwege hun oriënterende functie in het landschap. De overheid was dan ook bereid om kerkenbouw te subsidiëren. Het precieze subsidiebedrag was afhankelijk van het aantal zitplaatsen in de kerkzaal. Klokkentorens werden soms zelfs volledig gesubsidieerd. Binnen de protestantse kerken werd echter een flinke discussie gevoerd over de plaats van de kerk in de samenleving. Eschauzier, actief lid van de Hervormde kerk, deed hier volop aan mee. Een toren werd als dominant gezien, terwijl de protestantse kerken graag dienend wilden zijn. Daarom koos men in de wederopbouwperiode vaak voor een laag en uitnodigend kerkgebouw. Naast de eredienst moest er ook meer ruimte komen voor catechisaties, verenigingen en dergelijke. Daarom zijn er in wederopbouwkerken steeds meer bijzaaltjes te vinden.

Frits Eschauzier jr. wil het ontwerp van zijn vader in stand te houden bij deze veranderende vragen. Hij doet een aantal aanpassingen.

  • De oorspronkelijk achthoekige vorm van de kerkzaal wordt opgerekt tot bijna een vierkant, waardoor de zaal meer zitplaatsen biedt.
  • Het daklicht vervalt, daarvoor in de plaats komen hoog geplaatste vensters waardoor de eredienstruimte nog steeds de broodnodige beschutting biedt tegen de buitenwereld.
  • Het architectenbureau ziet zich genoodzaakt om de grillig gevormde kavel vrijwel helemaal te vullen om aan alle eisen te kunnen voldoen. Daardoor is het binnenplein niet gerealiseerd (afb. 2 en 3).

Een aantal herkenbare elementen uit het oorspronkelijke ontwerp zijn wel gerealiseerd:

  • De avondmaalsruimte in een laag gedeelte achter de kansel.
  • De betonnen band bij de entree met het chi-rho teken.
  • De schuin aflopende kerkzaalvloer.

Entree

Afbeelding. 4. Entree, met Chi Rho teken.
Afbeelding 5. Ichthus-vis, op de kerkzaal.

Door de kleine kavel was er geen ruimte voor een grootse ingang. Om de functie van het gebouw duidelijk te maken naar buiten, zijn verschillende christelijke tekens aan het ontwerp toegevoegd.

Een Chi-Rho symbool markeert de betonnen balk voor de ingang van de kerk (foto 4). De architect schrijft hierover: Door het Chi-Rho teken willen we al in de buitenwereld een entree verwezenlijken, die het doel van het gebouw kenmerkt voordat men aan de eigenlijke ingangsdeuren is. Men passert het ‘Christos’ teken al voordat je naar binnen gaat, zodat men als het ware buiten al binnen is.

De terugliggende entree achter de betonnen balk is de enige plek waar het bouwwerk niet de omringende rooilijn volgt. Er ontstaat daardoor een klein plein, dat samen met het Chi-Rho teken de plaats van de ingang markeert. Bovendien komen zo de licht gebogen vormen van de hoge, uit bakstenen opgetrokken kerkzaal tot uitdrukking in de gevel.

Wederopbouwkerken hebben meestal een vrij gesloten exterieur. Dit geldt ook voor de Immanuelkerk. Vanaf de zuidkant is het gebouw erg gesloten. Vanaf de centrumzijde ziet het gebouw er door de kosterswoning, het enorme glas-in-lood venster en de entreepartij juist open uit.

Afbeelding. 6. Ontmoetingsruimte die kerkzaal en zalen ontsluit, met aan het einde natuurlijk verlicht vanuit de patio.

Doordat kerkgebouwen voor steeds bredere doeleneinden werden gebruikt dan alleen de zondagse erediensten, werden bijruimten een wezenlijk onderdeel van de kerken uit de wederopbouwperiode. De entree van de Immanuelkerk is niet slechts een voorportaal voor de kerkzaal, maar juist ook een ontmoetingsruimte die toegang biedt tot de kerkzaal en de nevenruimten. De hal gaat in een vloeiende beweging over in een gang die de consistorie en crèches ontsluit, natuurlijk verlicht door de patio (afbeelding 6).

Het is knap hoe Eschauzier met de glazen buitendeuren en glazen kerkzaalwand een uitnodigende ingang weet te maken, terwijl de kerkzaal zijn intieme karakter behoudt.

Over het binnenkomen in de kerkzaal is nagedacht; de kerkganger loopt eerst onder de beschutting van het balkon. De schuin aflopende vloer en het schuin oplopende plafond zorgen ervoor dat de afstand tussen de bezoeker en het plafond steeds groter wordt, tot men tenslotte onder het balkon vandaan komt en de zaal zich in al haar volume presenteert.

Kerkzaal

Afbeelding 7. De wanden van de kerkzaal ‘omarmen’ de bezoekers.

De kerkzaal is vierkant met afgeronde hoeken en heeft een lichte knik in het midden van de wanden. Dit is gedaan om de indruk te geven van een continu doorlopende wand; die de eenheid aangeeft tussen de gemeente en de drie sacramenten doop, het avondmaal, en de bediening van het woord, de prediking. Op afbeelding 7 is heel duidelijk deknik in de zijwanden te zien, waardoor het kerkgebouw de bezoeker als het ware omarmt.

Glas-in-lood ramen

Afbeelding 8 en 9. Glas-in-lood ramen.

De hooggeplaatste glas-in-lood ramen dragen bij aan de verzorgde sfeer. Op een zomermorgen brengen ze prachtig gefilterd licht in de eredienstruimte, terwijl ze op een wintermiddag juist naar buiten toe uitstralen. Het is een uitzondering dat in een gereformeerde kerk zulke grote glas-in-lood vensters zijn opgenomen. Traditioneel werd in protestantse kerken weinig plaats gegeven aan uitingen van beeldende kunst. Het venster aan de entreekant is ontworpen door Gerrit van ’t Net en kostte twaalfduizend gulden, het is geplaatst bij de bouw van de kerk in 1960. Het raam is bijzonder groot; de kunstenaar merkte op dat een zo omvangrijk werk als dit is naar mijn beste weten sinds een kleine tweehonderd jaar niet meer bij kerkbouw is uitgevoerd. Het raam beeldt de storm op het meer uit, waarbij het contrast tussen de angstige discipelen en de slapende Jezus in glas is uitgedrukt (afbeelding 8).

Het raam aan de oostzijde is eerst in blank glas uitgevoerd en pas in 1968 vervangen door een glas-in-loodvenster van Vegter. Via een inzamelingsactie werd de benodigde zesduizend gulden opgebracht. Op dit raam is een beeltenis te zien van de bruiloft te Kana, waar Jezus zijn eerste wonder verricht door water in wijn te veranderen (afbeelding 9).

Inrichting kerkzaal

Afbeelding 10. Avondmaalstafel.

In de wederopbouwperiode woedde binnen de protestantse kerken een felle discussie over de de vorm van de kerkzaal en de plaats van kansel, doopvont en avondmaalstafel. De langwerpige kerkzaal met voorin de avondmaalstafel werd als teveel Rooms-katholiek beschouwd; de tafel zou doen denken aan een altaar.

De kansel als middelpunt van de kerk is door de architect bewust gekozen. Naast de kansel stond het doopvont waardoor er naast de centraal geplaatste kansel geen plaats meer over was voor de avondmaalstafel. Eschauzier heeft dit knap opgelost: achter de kansel plaatste hij de zeer lange avondmaalstafel van zachtgroen gepolijst beton (afbeelding 10). De tafel steunt slechts op twee poten en lijkt door zijn ranke vormen haast te zweven in de lage ruimte, die wordt verlicht door een zestal vierkante raampjes. Zo biedt dit gedeelte van de kerk beschutting en intimiteit aan de avondmaalsgangers, terwijl de tafel ook echt bij de kerkzaal hoort.

Niet alleen de kansel zelf, maar ook de verfijnde klankkaatser daarboven, de avondmaalstafel erachter en de Redwood banken zijn door de architect ontworpen. De Immanuelkerk heeft onder elke bank een verwarmingsbuis lopen, om de warmte goed door de kerkzaal te verdelen.

Met subtiele middelen wordt de kerkzaal verfijnd:

  • De kansel hangt asymmetrisch aan één van de vier kolommen.
  • De kerkbanken knikken uit het midden, precies op de lijn tussen de kansel en de daartegenover gelegen kolom in de glazen wand.
  • Voor een beter zicht op de kansel loopt de vloer af.
  • Dit maakt het binnenkomen in de kerk, de blik gericht op de zacht verlichte avondmaalstafel, een bijzondere ervaring.

Orgel en akoestiek

Afbeelding 11. Orgel
Afbeelding 12. Uitstekende bakstenen ter verbetering van akoestiek.

Het balkon biedt ruimte voor het orgel en een koor (afbeelding 11). Door de plaatsing van het orgel in de rug van de gemeente versterken orgel en zang elkaar. Voor een optimale akoestiek was de plaatsing van het orgel in het midden van de zaal wellicht beter geweest. Hierdoor zou het balkon wel minder bruikbaar worden en ook zou het afbreuk kunnen doen aan de asymmetrie van de zaal.

Op drie andere manieren is aandacht besteed aan de akoestiek in de Immanuelkerk.

  • Het plafond is een akoestisch cassetteplafond, gekozen in samenwerking met TNO.
  • Daarnaast zijn op zeer verfijnde wijze in bepaalde muurvlakken de koppen van de bakstenen uitgemetseld (afbeelding 12). Dit betekent dat sommige bakstenen voor de helft uit de muur steken, om zo het geluid beter te verspreiden. Tussen deze úitstekende bakstenen zitten open stootvoegen waarachter zich kleine klankkamers bevinden. Met een nagalmtijd van anderhalve seconde is de zaal optimaal afgestemd op gemeentezang.
  • Voor de prediking is dit echter teveel galm. Vandaar dat er boven de preekstoel een zeer verfijnde kaatser hangt, die het geluid vanaf de kansel zo direct mogelijk de zaal in kaatst.

De klankkaatser is ontworpen in samenhang met de kansel, de avondmaalstafel en het oorspronkelijke doopvont. Zo is de kerkzaal een eenheid en straalt deze rust en waardigheid uit (afbeelding 13).

Liturgisch centrum

Afbeelding 13. Liturgisch centrum.

In het liturgisch centrum zijn in de loop van de tijd veel veranderingen opgetreden. Oorspronkelijk stonden de banken in de Immanuelkerk rondom de kansel. Afgeleid van de hagenpreken waaruit de protestante kerken zijn ontstaan. Later zijn de kleine banken aan beide kanten van de kansel weggehaald, waardoor ruimte ontstond voor een podium. Het liturgisch centrum dat bestond uit kansel en doopvont, werd uitgebreid met een lessenaar, kaarsenstandaard en een meubel voor collectezakken. Het koperen doopvont werd vervangen door een houten variant. De zes blanke raampjes achter de avondmaalstafel die door gordijntjes zacht licht gaven, werden voorzien van een felle ‘glas-in-lood-look’. Het komt de rust voorin de kerk niet ten goede. Dat de ruimte toch als kalm en waardig wordt beschouwd, duidt op de harmonie die de kerkzaal van origine bezit.


Tekst: Roel van Tatenhove
Foto’s: Jan van Doornik